Budget is blijkbaar zaligmakend maar wat is zalig?

 

 Het artikel in het Algemeen Dagblad van 1 mei zet mij enigszins aan het denken. Je moet toch wat op de dag van de arbeid. Het gaat over het behalen van de landstitel voor de regioploegen in de Topklasse; in dit geval de zaterdag Topklasse want op de zondag voetbalt deze regio slechts in de marge.

 “Succes heeft zijn prijs” is de titel van het stuk dat uit de pen van Bas Lieuwma vloeide. Hij laat daarin spelers en trainers uit deze regio aan het woord. De vraag is of het budget dat de clubs ter beschikking staat een garantie is voor succes. Mijn vraag is dan: wat is succes? Is dat kampioen worden. Telt een periodetitel ook mee? Of is succes het maximaal haalbare bewerkstelligen. Geeft dat niet veel meer bevrediging. Het hoogst haalbare is voor de één kampioen worden en voor de andere boven de beruchte streep blijven. In beide gevallen zal er tevreden terug gekeken worden.

 De trainers en de spelers zijn het er over eens dat clubs als Spakenburg, IJsselmeervogels en Kozakken Boys een elftal “kunnen kopen” De beurs van die clubs lijkt geen bodem te kennen en dat uit zich dan soms in uitwassen. Ik zie bijvoorbeeld dat Spakenburg af en toe een blik nieuwe spelers optrekt. Je gooit er 19 spelers uit en haalt 16 nieuwe terug. Of je ontslaat de trainer na slechts drie wedstrijden maar dat is in Spakenburg niets bijzonders. Het is blijkbaar nodig om een bijna degradatie om te buigen in een kampioenschap het jaar erop. Een vraag die dan opborrelt is “wat vindt de supporter daarvan?”

Persoonlijk zou ik het heel vervelend vinden om alleen maar naar een bekend shirt te kijken. In Spakenburg hebben ze de binding met de eigen jongens blijkbaar niet. Het begint dan voor mij een beetje op het echte betaalde voetbal te lijken. Het voetbal waarvan ik lang geleden fysiek afscheid heb genomen en nog slechts op zondag -met het bord op schoot- kennis neem. De absurde salarissen en wijze waarop sommige voetballers zich gedragen en voor de buitenwereld worden afgeschermd, is voor mij een reden om alleen nog naar mijn eigen clubje te gaan.

 De mening in het stuk is dat uiteindelijk de grootmachten hoog op de ranglijst staan. In een enkel geval kan een “mindere” club zich mengen tussen de top maar dan moet alles meezitten, zo zeggen de deskundigen. Dit seizoen is Barendrecht een voorbeeld dat er meer is dan een enorm budget. Het lijkt bij Barendrecht overigens geen incident want ze zijn ook al eens tweede geëindigd. Het kan dus wel.

 Peter de Lange, die nu blijkbaar voor Spakenburg in actie komt, denkt dat een club uit deze regio kampioen kan worden mits alle toppers bij één club gaan spelen. Hij acht dat overigens in deze regio financieel onhaalbaar. Hij acht dat onhaalbaar, ik onwenselijk….

 Trainer Jeroen Rijsdijk, die volgend seizoen bij ons de kar trekt, denkt ook dat de centjes uiteindelijk een rol gaan spelen en slechts incidenteel een succesje te boeken is voor de kleinere clubs.

 Zo’n incident zou de komende weken weleens plaats kunnen vinden. De wijze waarop wij thans bezig zijn is een voorbeeld. Dat daar een trainer voor moest wijken is triest maar ook dat is een incident. De intrinsieke bevrediging zou aan het einde weleens de doorslag kunnen geven. De wil om samen iets voor elkaar te brengen kan sterker zijn dan de extrinsieke bevrediging. Geld maakt niet altijd gelukkig.

Gelukkig maar. Kozakken Boys is gewaarschuwd.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *