Een ongeluk zit in een klein hoekje

Aan het eind van de middag(woensdag 2 maart) kreeg ik via èèn van de moderne communicatiekanalen een berichtje van Jelle. Zoals u weet is hij de drijvende kracht achter Maassluis.nu, een taak die volgens mij meer uurtjes kost dan dat hij vooraf heeft gedacht toen het stokje van Bas Booister overnam.

Jelle wilde weten of ik mogelijk op het verkeerde been was gezet doordat Martine vorige week geen column uit haar pen heeft laten vloeien. Jelle weet namelijk en wellicht de oplettende lezer ook dat ik Martine als wekker gebruik. Als ik de column van Martine lees dan weet ik : “volgende week ben ik aan de beurt”

Nu zat het wel ergens in m’n achterhoofd maar ik was er nog niet aan toe gekomen om achter de PC te kruipen en de deadline nadert. Op dit moment doe ik twee dingen tegelijk en vooral de dames zullen dan denken : “dat kunnen mannen niet!” Neemt u van mij aan dat dit een vooroordeel is, overigens èèn van de weinige vooroordelen die voor mij niet klopt. Ik zit dus op dit moment te tikken en ik kijk naar FOX want het Nederlands elftal voor dames ( zelf noemen ze zich vrouwen) speelt om een ticket voor de Olympische spelen in Rio. Zwitserland is de tegenstander en ik ben benieuwd of ik het einde van de wedstrijd haal.

U als lezer zult wellicht denken wat zit je te leuteren, daar is een column toch niet voor. U hebt gelijk, ik heb werkelijk geen enkel idee waar ik over moet schrijven. Ik ga niet over het hondenbeleid schrijven want ik heb destijds al een discussie met een handhaver gehad over het ontbreken van poepzakjes terwijl ik mijn Kluivert uitliet. De man wilde niet geloven dat ik de poep van Kluivert gewoon met de blote handen oppakte om vervolgens m’n handen af te vegen aan mijn sokken. Mrs S. heeft jarenlang geprobeerd om deze gewoonte uit te bannen; is niet gelukt.

Ik ga ook niet schrijven over het debat gisteren in de Maassluise gemeenteraad over de problematiek in de Koningshof. Niet over de oorzaken en gevolgen van een klein gebrek aan politieke sensitiviteit bij sommigen en de mild blaffende maar niet bijtende raadsleden. U leest het op deze site of in de krant.

“Heb je dan werkelijk niets”, vraagt u zich misschien af. Hoewel ik al 350 woorden ver ben zit er in mijn hoofd nog steeds een wit vel dat gevuld moet worden. Maar ik zal als uitsmijter wat gevoelens met u delen over een brand in huis, over de brandweer en over sommige inwoners van Maassluis. Gevoelens die niet altijd even aardig gedachten oproepen. Soms schaam ik mij plaatsvervangend voor acties van burgers op de sociale media.

Ik heb het aan den lijve ondervonden en de sporen zijn in Huize Solleveld nog lang niet weg: een brand doet wat met je. Je bent blij als je de sirene van de Brandweer in de verte hoort, hulp is dan onderweg want zelf sta je met de handen in het haar.

Maar als ik dan op Facebook een aantal dagen later reacties hoor van burgers die twee keer midden in de nacht wakker zijn geworden doordat de Brandweer door hun straat reed op weg naar een brand, dan wordt het mij een beetje droef te moede. De “slachtoffers” zijn blij met de hulp en de criticasters die heel dapper achter het toetsenbord kritiek leveren op onze vrijwilligers, die de eigen nachtrust opofferen tot het nut van een enkeling of het algemeen, zouden zich eigenlijk moeten schamen. Brandweer, politie of ziekenwagen die haast heeft moeten licht en geluid voeren, de wetgeving zit nu eenmaal zo in elkaar. Het is vooral voor de veiligheid van de overige weggebruikers. Nu zullen die midden in de nacht wat geringer zijn dan overdag maar het principe verandert niet.

Kortom Maassluizer in het bijzonder en Nederlander in het algemeen, heb wat meer oog voor onze hulpverleners en tik niet direct je frustratie op de sociale media.

Voor je het weet heb je zelf hulp nodig. Een ongeluk zit in een klein hoekje.